Design en AI: mijn mening veranderde niet echt, mijn plek wel.
Een paar weken geleden schreef ik hier een stuk over design en AI. (Ja, ik weet het , ik publiceerde het pas een paar dagen geleden) Een eerlijk gesprek, met AI nota bene, over wat die hele verschuiving met mijn vak doet. Het was niet per se een vrolijk stuk, dat durf ik best toe te geven. Ik had het over de eenheidsworst, over het gevoel dat ik er steeds later bij word gehaald om iets mooi te maken dat al bedacht is, en over dat uitputtende politieagentje spelen — constant beoordelen wat een tool uitspuugt in plaats van zelf de richting bepalen. Ik schreef toen ook over een grauwe, grijze “sea of sameness” waar alles op elkaar leek.
Nu dacht ik, laten we het deze keer wat positiever houden en wat meer mogelijkheden gaan zien, het roer weer lekker vastpakken… Dat is zo’n beetje precies waar dit stuk over gaat. Daarnaast eindigde ik dat stuk met een zinnetje dat ik wel zo eerlijk vond: dat mijn oordeel kon verschuiven, omdat het veld nu eenmaal hard gaat.
Nou. Dat is dus alweer gebeurd.
Even voor de duidelijkheid: dit is echt geen bekering. Ik ga hier niet ineens roepen dat ik het licht heb gezien en dat alles fantastisch is. Maar ik had mezelf beloofd eerlijk te blijven, en eerlijk zijn betekent ook dít opschrijven: een flink deel van mijn humeur van toen kwam niet uit de techniek, maar uit de drukte waarin ik dat stuk zat te tikken en het zoeken naar een nieuw proces.
Wat een beetje rust doet
Het was namelijk best wel gekkenhuis toen ik dat eerste stuk schreef. Er veranderde een hoop in een keer, en dat was best overweldigend. Ook de manier waarop en waar ik in werk. Ik dacht dat ik over AI schreef, maar achteraf schreef ik voor een groot deel ook gewoon over hoe het voelde om in dat tempo mee te moeten.
Inmiddels is het wat rustiger. En in die rust gebeurde er iets simpels: ik ben dingen gaan uitproberen in plaats van bijbenen. Klinkt klein, maar zo, dat is een heel verschil. Bijbenen is reageren. Uitproberen is sturen. En zodra je weer aan het sturen bent, ziet exact hetzelfde gereedschap er ineens compleet anders uit.
Van politieagent naar opdrachtgever
Mijn grootste ding toen was die evaluatieve last. Dat ik corrector werd in plaats van auteur. Dat ik achteraan de keten zat te beoordelen wat een ander — mens of machine — al had bedacht.
Maar wat ik heb proberen te veranderen is om het wat anders te zien, elke wijziging toch even opnieuw bekijken, want dat kan nu veel gemakkelijker. Is het werk al gemaakt en mag jij er nog wat van vinden? Ja, dan ben je inderdaad politieagentje. Maar ben jíj degene die de opdracht formuleert, de richting kiest, het kader neerzet waarbinnen gewerkt wordt? Dan ben je geen politie, maar word je weer opdrachtgever. En de tool voert uit.
En het mooie is: ik blijk daar helemaal niet alleen in te staan. Een eerlijke doorlichting van de hele design-stack bij Storyflow komt op precies hetzelfde uit — AI kan prima variaties op een richting genereren, maar kan niet beslissen wélke richting goed is. Die keuze komt uit smaak, strategie en gesprekken met de klant. Datzelfde stuk haalt ook een cijfer aan uit Figma’s State of the Designer 2026: 68 procent van de UI/UX-designers gelooft dat AI hun werk eerder versterkt dan vervangt. Dat had ik een paar weken geleden waarschijnlijk nog weggewuifd als hype. Nu snap ik beter waar dat optimisme vandaan komt.
Het verschil zit ‘m dus niet in de techniek. Het zit ‘m in waar je instapt.

Dat merkte ik het duidelijkst toen ik met Claude Design ging spelen. Je kunt daar belachelijk snel meerdere kanten op ontwerpen, niet één richting die je daarna moeizaam moet bijschaven, maar echt meerdere verkenningen naast elkaar zetten. En vervolgens funnel je net zo hard weer terug naar één concreet eindresultaat. Dat is precies de beweging die heel fijn is voor design: eerst breed, dan smal. Eerst denken, dan kiezen. Alleen gaat het nu in een fractie van de tijd. En die gewonnen tijd kan ik aan de keuzes zélf besteden. Win-win. En eerlijk is eerlijk, zo snel kan ik dat zelf echt niet!
Waar je instapt, dáár zit het ‘m in
En hier wordt het interessant, want dit raakt precies die angst uit mijn vorige stuk. De eenheidsworst. De sea of sameness. Het idee dat alles op elkaar gaat lijken omdat de tools allemaal naar hetzelfde gemiddelde toe ontwerpen.
Dat klopt nog steeds, hoor. Dat ontstaat nog steeds als niemand richting geeft. Laat je een tool zonder kader lopen, dan krijg je het gemiddelde terug. Logisch. Maar dat is geen eigenschap van de tool, dat is gewoon de afwezigheid van een ontwerper.
En er is een aardige bijvangst aan die eenheidsworst: juist omdat AI-visuals steeds meer op elkaar gaan lijken, worden de menselijke keuzes ineens onderscheidend. Letterhend schrijft het mooi op — naarmate alles gelijkvormiger wordt, komt iets als typografie naar voren als een van de sterkste onderscheidende factoren, omdat een tool wel layouts kan stapelen maar niet de beslissing achter een eigenzinnige letter kan nemen. Met andere woorden: hoe meer gemiddelde er rondzwemt, hoe meer een bewuste keuze eruit springt. Dat maakt me eigenlijk best vrolijk.
Een paar dingen die dat voor mij concreet maakten:
- Het overzetten van een ontwerp uit Claude Design naar Claude Code, met een nette handoff, waarna ik — afhankelijk van de fase van het project — óf gewoon lekker in code verder bouw, óf via de Figma MCP weer terug het ontwerp in duik. Geen kapotte vertaalslag ertussen dus. De intentie blijft intact, en ik bepaal zélf waar ik ‘m oppak.
- Het in elkaar zetten van een design guideline voor een nieuw project in Figma, eentje die meteen aan alle Tailwind-principes raakt. Normaal een best vervelend, tijdrovend klusje (sorry, maar het ís zo), en nu een vertrekpunt in plaats van een sta-in-de-weg. En een design system dat vanaf het begin goed staat is letterlijk het tegengif tegen die eenheidsworst — want het is jóuw kader, niet het gemiddelde van het halve web.
- En, eerlijk is eerlijk: met Claude Code los ik tegenwoordig zelf een hoop vormgevingsdingen op waar ik vroeger iemand anders voor nodig had en dus soms maar niet deed. Niet alleen de statische dingen, ook animaties op websites. (Sorry, frontenders! Ik doe het zelf ook…)
Wat al die voorbeelden delen? Ik sta weer meer vooraan. Niet achteraan met een kwastje. En die sea of sameness waar ik zo bang voor was, ontstaat júist in de afwezigheid van een ontwerper, dus niet in mijn aanwezigheid ;). Ik ben dus het tegengif geworden, niet het slachtoffer. Klinkt wel lekker zo.
Maar even eerlijk blijven
Ik wil niet eindigen op een triomftocht, want dat zou oneerlijk zijn.
Dit werkt namelijk omdat jij als professional de richting bepaald. Niet omdat de tool tovert (zeg ik nu, maar daar schijnt met nieuwe modellen ook alweer verandering in te komen). Op de dagen dat ik moe ben, of te laat word ingeschakeld, of geen ruimte krijg om mee te denken, voel ik nog precies diezelfde frustratie als toen. Die is echt niet weg. Het verschil is dat ik nu weet dat het niet aan het gereedschap ligt, maar aan waar in het proces ik mag instappen. En dat is een gesprek over hoe je werkt — niet over welke tool je gebruikt.
En ja, ook dit oordeel kan zomaar weer kantelen. Het veld blijft hard gaan. Maar voor nu, een paar weken later, sta ik er een stuk lichter in. Niet omdat ik van gedachten ben veranderd over de techniek, maar omdat ik van plek ben veranderd in het proces.
En als je het zo bekijkt, ziet het er ineens een heel stuk fijner uit.